Een kakelvers klein zusje

Wie had dat gedacht…. Dat ik na mijn veertigste nog een kindje zou krijgen?! Of beter gezegd ‘ontvangen’, als een vriendelijke zegening.

November vorig jaar wisten we het. Ons gezin zou hoogstwaarschijnlijk uitgebreid worden. In februari van 2017 hebben we het nieuws aan Aafra en Sabrien bekend gemaakt. Ik was toen ongeveer 19 weken zwanger. Ze waren enorm blij verrast en vlogen elkaar in de armen. Hun enthousiasme was onstuitbaar en al gauw verspreide dit nieuws zich als een lopend vuurtje. Bij de 20-weken echo hoorden we, dat ze een zusje zouden krijgen. Op 14 juli werd onze familie een mensje rijker en hebben we haar de naam ‘Anisa gegeven, wat ‘vriendelijk’ betekent.

 

Prachtige bevalling

Mijn gedetailleerde geboorteplan lag klaar, net als de volle ‘vluchttas’ voor in het ziekenhuis. Toen Aafra en Sabrien geboren werden, had ik bijna geen weeën en duurde de bevalling erg lang, na het spontaan breken van de vliezen. Ik ben toen ingeleid en bij de ander doorgeleid, om de ontsluiting te bevorderen. Ik was helemaal voorbereid door recentelijk opnieuw het boek ‘duik in je weeën’ te lezen, door opfrissings-info van de zwangerschapscursus. Ik wilde bij de bevalling zo lang mogelijk los zijn van snoeren en meetapparatuur. Ook wilde ik niet direct op mijn rug moeten gaan liggen, omdat dit juist de weeën kan afremmen. Ik wilde de vrijheid hebben om allerlei houdingen uit te proberen, om de weeën weg te puffen. ‘Fearless’, omdat hierbij endorfine vrijkomt, wat pijn helpt te verdragen. Dit wordt afgewisseld met het bevalhormoon oxytocine, het hormoon dat de weeën stimuleert.

Puffen in de badkamer                                                                                                                   Voor de derde keer startte ook nu de bevalling met het spontaan breken van de vliezen. Een dag voor de uitgerekende datum. Nu de vliezen gebroken waren rond 23:00 uur en er vooralsnog geen weeën-activiteit was, belden we Al Natal, het geboortecentrum. Op mede advies van de verloskundige besloten we eerst te gaan slapen en in de ochtend te kijken of er al weeën waren. Sabrien, onze middelste dochter, was nog thuis en we hadden nog niet echt besloten wie we in de nacht zouden lastig vallen, om haar op te vangen mochten we naar het ziekenhuis moeten. Aafra was uit logeren bij Opa en Oma. Iedereen lag inmiddels op één oor, maar ik was wakker. Zachtjes voelde ik de weeën opkomen, die ik ongestoord in de badkamer ging weg puffen. Vervolgens ging ik weer in bed liggen. Bij een volgende wee, sloop ik weer naar de badkamer. Dat ging prima. Rond 3.00 uur kwam Abdel vragen of alles goed was, waardoor ik uit mijn ‘flow’ raakte en een wee miste, waardoor de pijnlijke golf mij overspoelde. Ik sommeerde hem me niet meer te storen. Hij begon intussen zenuwachtig te worden en een aantal spulletjes te verzamelen om mee te nemen naar het ziekenhuis. Hij wilde gaan. Sabrien moest nog worden opgevangen, dus belde hij naar onze buurvrouw Laura. Zij was binnen 5 minuten bij ons.

Paniek                                                                                                                                      Ondertussen had ik al zoveel goede weeën, dat ik nauwelijks in staat was contact te maken met de anderen. De weeën gingen over in persdrang, waarna Abdel volledig in de stress schoot. Laura riep dat we 112 moesten bellen, dus riep ik hen met moeite toe dat ze Al Natal moesten bellen. Nog meer paniek. Ondertussen stond ik nog steeds in de badkamer de persdrang te beheersen, al trillend op mijn benen. Abdel legde handdoeken op de badkamervloer en hield ondertussen de telefoon tussen oor en schouder, om zijn handen in vanghouding klaar te houden. De verloskundige was onderweg. Sabrien vroeg zich af waarom ik zoveel pijn had en kwam kijken bij de badkamer-deuropening. Laura ontfermde zich over Sabrien op een afstandje. Ik wilde in privacy bevallen en vroeg Abdel dringend de deur te sluiten. Hij daarentegen hield juist de badkamerdeur open, om de hulptroepen aan zijn zijde te houden. Hij was volledig van de kaart.

Geboorte                                                                                                                              Uiteindelijk hield ik het niet meer. Met de ene hand hield ik de wasbak vast en met de andere het hoofdje. Met één oerkreet tijdens een enorme perswee, viel ze naar beneden met wijde armen en ving Abdel haar op. De witte baby slaakte een klein kreetje, wat op huilen leek, maar was daarna zoet en rustig. Abdel overhandigde haar in mijn armen, terwijl we nog verbonden waren door de navelstreng. Abdel was nog steeds telefonisch verbonden met de verloskundige. Zij realiseerde na het horen van het baby-huiltje dat de baby al geboren was. Ik riep Sabrien, om naar haar zusje te komen kijken. Mijn werk zat erop, dus ik was helemaal zen. Abdel kreeg telefonisch het advies om de baby goed warm te houden, door een mutsje op haar hoofd te zetten en daarnaast een knijpertje op de navelstreng te doen. Omdat ik me moeilijk kon verplaatsen, maar ook de enige was die in de babykamer alles wist te vinden, was het nog even zoeken geblazen voor de anderen. Uiteindelijk kwam de verloskundige en heeft alles professioneel nagekeken. En op bed geholpen met de nageboorte.

20171003_224948

Bijna 3 maanden

Inmiddels hebben we de vriendelijke Anisa leren kennen als een bijdehand en pittig ding. Als iets haar niet zint of als ze ‘nu’ haar flesje melk wil, kan ze een oorverdovend keeltje opzetten. En dagelijks kan ze je vasthouden met haar ogen en tegen je brabbelen, alsof ze hele verhalen vertelt. En voordat ze gaat gapen en slapen, kan ze kraaien, dat haar leven een lust is. Waar mogelijk genieten we met volle teugen mee en kussen en knuffelen we wat af. Dankbaar en trots zijn we op de belangstelling die Anisa ook van anderen krijgt.

 

 

 

 

Advertenties
Geplaatst in Familie, Kids | Een reactie plaatsen

Mindful horloge

Afrika blijft een aantrekkingskracht op me uitoefenen, toch zou ik er niet kunnen wonen. Het is leerzaam voor me om hier tijdelijk te verblijven, omdat het met name mijn geduld en flexibiliteit traint. Ik denk dat ik teveel verwend ben of gewend aan allerlei gemakken. Het gemak van stromend water en elektriciteit, wat we maar al te vaak voor lief nemen. Het gemak van een wasmachine en een afwasmachine. Mijn schoonfamilie kon uren lang met de hand bergen kleding wassen, dat helaas binnen de kortste keren weer vies en stoffig is in dit woestijngebied. De rust die ze hiervoor nemen is bewonderingswaardig. Het is gewoon een dagtaak. Net als het koken. Ik keek soms om het hoekje van de keuken, maar waagde me verder niet in de keuken omdat ik gewoon weg geen zin had om hier zoveel uren aan te besteden. Is dat niet vreselijk en beschamend decadent? Mijn schoonzusje Hanadi ging ‘köfta’ maken, gehaktrolletjes. Ik zag dat ze in een klein potje, kleine beetjes rijst stampte. Later voegde ze daar ook broodkorrels en vlees aan toe. Uren later was het klaar. Het was een kunst op zich. Snelle maaltijden of maximaal een uur eraan besteden, is meer mijn ding. Is het de luxe en het gemak waar ik aan gewend ben? En de efficiëntie? Ik zou bijvoorbeeld wel met meer gemak en rust de was in de wasmachine kunnen doen. Dus meer ‘zen’ of ‘mindful’. Het grappige is dat wij in het westen met onze tijd en (menselijke) energie besparende ‘snelle’ apparaten, zelf sneller gaan lopen en het drukker hebben. De uitspraak geldt nog steeds “wij hebben het horloge, maar in Afrika hebben ze de tijd”. Gekscherend voeg ik daaraan toe, dat men in Afrika ook wel een horloge heeft, maar dat deze niet meer werkt of dat men de tijd gewoon niet zo nauw neemt.  Steeds meer willen doen in minder tijd, dat is waar het in het Westen om draait. En tijd is geld en van geld willen we juist meer. Het moet sneller en meer. We rennen en rennen, totdat we zelf niet meer weten waarnaar toe en waarom. Dus van al deze dingen die ons schijnbaar helpen, verliezen we onszelf in al die haast. We raken gestrest en hebben het altijd druk. We denken dat we alles kunnen, waardoor de mogelijkheden onuitputtelijk zijn. In deze tijd is er moed voor nodig om uit al die dingen, een beperkte hoeveelheid te kiezen. En dan kinderlijk eenvoudig, aandachtig met één ding tegelijk bezig zijn. Net als een kind met tong buitenboord rustig kan spelen.

 

Zou de apparatencultuur van gemak en efficiëntie gecombineerd kunnen worden met de Afrikaanse rust? Of is dat een contradictio interminis. En daar komt nog bij dat we constant online en bereikbaar moeten zijn. Dat is iets wat ik in Sudan ook zag. De vele masten voor de mobile telefoon en iedereen die met een mobiel rondloopt, ook tijdens het koken. Wat al die straling met ons doet, zullen we jaren later pas realiseren. Het feit dat we altijd maar bereikbaar kunnen zijn, leidt ons ook af om de dingen in alle rust en met aandacht te doen. Het is dus een persoonlijke strijd of keuze om je eigen tijd te ‘managen’ en rustig de tijd te nemen voor datgene waarvoor je hebt gekozen om te doen en dan af en toe je telefoon uit te zetten of in ieder geval het geluid.

Zou bij deze Afrikaanse rust ook het geloof een rol spelen? Dat men 5x daags zich uit de sleur van de dag breekt en ruimte maakt voor de Schepper, tijdens het gebed. Even stil staan bij wat belangrijker is en groter dan henzelf. Aandacht voor God/ Allah. Dankbaarheid tonen en je nietig voelen in de grote schepping. Serieus stilstaan bij wat je hebt en wat je nog wenst. Dit voorleggen aan de Almachtige, waarin het volste vertrouwen is dat Hij een doel heeft met jou.  Je leven in een notendop evalueren en relativeren. Daarnaast zijn de gebedsbewegingen knielend met je voorhoofd op een kleedje en weer opstaan, ook goed voor je lijf, dus weer goed voor je geest. Voor het bidden moet je jezelf reinigen en ook dat is zeer gezond. Alle drie de R-en; rust, reinheid en regelmaat zitten erbij. Het is vergelijkbaar met de yoga of meditaties die wij als westerlingen zoeken, waarbij echter geoorloofd is om stiekem te giebelen. Zo serieus als het Islamitisch gebed hoeft bijvoorbeeld yoga niet te zijn. Ik kan me door mijn christelijke opvoeding herinneren, dat ik maar al te vaak afgeleid werd in mijn gebed, met gevouwen handen. En bij de gebedjes in bed, viel ik vaak in slaap. Moe van de drukte van de dag.

 

Geplaatst in Sudan | Een reactie plaatsen

Antropologisch smikkelen

Na een rustdag thuis, na alle afgelegde bezoeken, gingen we weer ‘op reis’. Eigenlijk stelde het niets voor, die reis, want het was in feite binnen dezelfde (hoofd)stad. Toch voelde het als een hele reis, zo’n anderhalf uur met een busje. Onderweg absorbeerde ik alles wat door het raampje te zien was en legde daarvan zoveel mogelijk vast met mijn camera. De reis ging naar ‘Haboba Nafisa’. Zij is de zus van de moeder van Abdels vader. Het lijkt ingewikkeld, maar het is gewoon Abdels oma. Het woord haboba betekent ‘Oma’ en hebben we eigenlijk alleen voor Nafisa gebruikt. Ook al is ze de zus van oma, is ze voor Abdel ook gewoon zijn oma. Zo kennen we dat in Nederland eigenlijk niet. Haar kinderen zijn ook ooms en tantes voor Abdel. Op deze manier ontstaat een enorme ‘extented family’ (grootfamilie). Zo werkt dat in Sudan en volgens mij in veel Afrikaanse landen. De familiebanden zijn veel nauwer. Mooi is dat. Daar kunnen wij nog een puntje aan zuigen. We gingen deze keer dus naar de familie van de kant van Abdels vader. Ik had haboba Nafisa 10 jaar geleden ook al ontmoet, in hetzelfde huis, toen haar man nog leefde.

Bij binnenkomst in de poort van de tuin, moesten we met onze rechter voet op een ei stappen. Volgens Abdel was dit een gebruik om Aafra en Sabrien welkom te heten, die voor het eerst een bezoek brachten aan deze overgroot-oma. Dit is dus geen Islam, maar een oude traditie. Ik vond het prachtig en mijn antropologische hart gaat hier sneller van kloppen! Hier wil ik meer van weten, want ik vermoedde al dat het ook iets met oude geesten of voorouders te maken zou hebben. Dus na eventjes op internet gezocht te hebben, vond ik dit -door mij beetje aangepast- citaat: “An individual who has been away from home is traditionally made to step on an egg in a welcoming ceremony or reception. This applies to journeys abroad (…) Stepping on an egg is believed to ward off any evil spirits, which the individual could have picked up while away from home. Stepping on an egg was sometimes followed with sprinkling water, (..) to symbolise a peaceful welcome”. Dit gebeurde precies door haboba Nafisa en het voelde als een zegening om zo welkom te worden geheten.

De zoon van Nafisa’s overleden zus, was speciaal voor ons overgekomen uit Juba, Zuid-Sudan, en ontving ons ook hartelijk. Dit was mijn eerste ontmoeting met Abdels vader, mijn schoonvader. Trots hebben we het waka waka licht overhandigd en de trui cadeau gedaan, die gelukkig groot genoeg was. Het klikte goed tussen ons en ik hoorde later dat ik ben goedgekeurd :-).  Zijn voornaam is Ebrahim. Abdel draagt zijn vaders naam als achternaam. Normaliter zou Abdel ook de namen van zijn grootvader en overgrootvader dragen, maar dat werd door de Nederlandse wet niet geaccepteerd. Ebrahim is tevens de toevoeging achter mijn meisjes-achternaam; Jakobs-Ebrahim. Jakob, de kleinzoon van Abraham en dus de derde stamvader (van de Israëlieten), verenigd met Abraham, de eerste stamvader en vader van Joden, Moslims en Christenen. Prachtig toch?

We hebben kennisgemaakt met alle familie die bij haboba Nafisa inwoont en genoten van heerlijk eten. Hoewel ik het niet heb gedronken, heb ik gezien hoe koffie ‘gezet’ werd, van de boon tot de melange ter plekke. Verder heb ik een poging gedaan om een traditioneel Sudanees gerecht te maken, genaamd Kishra, wat ogenschijnlijk makkelijk leek maar een hilarische mislukking was (zie foto hier rechtsboven, wat een soort pannenkoek had moeten zijn). Het geduld waarmee de Sudanese vrouwen urenlang koken, is bewonderingswaardig. Hierover later meer.

 

Geplaatst in Kids | Een reactie plaatsen

Ons (t)huis

Het is goed dat ik een dagboek heb bijgehouden in Sudan, zo kan ik weer even wat nalezen. Heerlijk was het trouwens om te schrijven en natuurlijk ook om foto’s te maken, want ook dat werkt voor mij als geheugensteun. Het is zoiets als wat de filosoof Descartes zei: ik denk, dus ik ben. Ik schrijf en fotografeer, dus ik ben :-).  En hoewel je met fotografie uiteraard een deel van de waarheid weergeeft, is dat dus mijn waarheid. Het is vanuit mijn ‘point of view’. En dat geldt natuurlijk ook voor wat ik schrijf.

Overzichtje van ons reisprogramma:

  • Ma 14 dec:    Vertrek vanuit Nld
  • Di 15 dec:       Aankomst in Sudan
  • Wo 16 dec:     Bij veel verschillende familie op visite
  • Do 17 dec:      Thuis bij Oma Mirjam
  • Vrij 18 dec:     Naar haboba Nafisa
  • Za 19 dec:       Feestje bij tante Rachma
  • Zon 20 dec:    Thuis bij Oma Mirjam
  • Ma 21 dec:       Thuis
  • Di 22 dec:        Thuis
  • Wo 23 dec:      Thuis
  • Do 24 dec:       Thuis henna
  • Vrij 25 dec:      Feest Simaya/ Karama
  • Za 26 dec:        Bij veel verschillende familie op visite
  • Zon 27 dec:     Schoolproject
  • Ma 28 dec:       Thuis
  • Di 29 dec:         (busje naar de garage)
  • Wo 30 dec:       Uitje naar pretpark
  • Do 31 dec:        ‘s avonds vertrek naar Nld
  • Vrij 1 januari:   Aankomst Schiphol

Het was heel fijn om ‘thuis’ te komen, in het huis van Abdels moeder. In deze woning woonden meerdere familieleden:  Abdels zus, Hanadi met haar 9 jarige zoon Awap. Ook woonde hier zijn jongere broer Abelquasim. Zijn half-zus Atun en half-broer Mohammed (zelfde moeder, andere vader) en de dochter van zijn zus die inmiddels in Amerika woont, Tuta. Ik was nog nooit in dit huis geweest, maar voelde me direct thuis. Toen ik tien jaar geleden in Sudan was met Abdel, woonde oma Mirjam in een veel kleiner huis, die ze deelde met haar broer en zijn gezin. Haar huidige woning, verder van Khartoum-centrum af, had 6 verschillende vertrekken, waarvan één als woonkamer werd gebruikt en waarvan alle kamers ook als slaapkamer konden dienen, afhankelijk van het aantal logés. Verder was er een keuken, een badkamer en 2 toiletten (een Franse toilet en eentje met pot) en de tuin met tv schotel. Hieronder een aantal foto’s van ons verblijf. De foto met de klamboe, was onze slaapkamer.

Ik liet het programma bijna geheel aan Abdel over. Hij bepaalde bij wie en wanneer we bij familie op visite gingen, op de laatste week na. Zo besloot hij dat we op de eerste dag van ons bezoek, na een nachtje slapen, op visite gingen bij een aantal familieleden. Abdel vertelde van tevoren niet precies hoeveel families we gingen bezoeken, omdat hij al wist dat ik dat teveel zou vinden voor één dag. Het eerste bezoek was bij een tante van Abdel, de één na oudste zus van zijn moeder. Het bezoek erna was aan de oudste zus. Ik kende haar van 10 jaar geleden en zag dat ze ouder geworden was en nu een klein sikje droeg. Ook haar huis kende ik en wist nog goed hoe ik hier tien jaar geleden na een henna-beschildering op mijn armen en benen, omgekleed werd in jurk en toop, de traditionele kledij en stevig werd opgemaakt voor een fotosessie. Ik werd zelfs nog bleker geschminkt, waar ik me heel ongelukkig bij voelde toen. Dit wordt gezien als schoonheidsideaal. Nu voelde ik me vrij om tijdens een stevige discussie onder de familie, even weg te lopen om in de tuin verder in mijn dagboek te schrijven. De kinderen waren druk met hun fanta limonade, die de bezoeken daarna nog steeds een oranje snor achterlieten. In totaal legden we die avond zes bezoeken af, allen familie van de kant Abdels moeder. Bij de meeste familie bleven we maar heel kort. In het huis waar Abdels zus, Djihaan, inwoonde met haar kinderen, omdat deze tante alleen zoons had, hebben we heerlijk gegeten. Ook dit huis kende ik nog goed van tien jaar geleden. Ik zag dat we nu in een nieuwe woonkamer zaten en de palmboom in de tuin was flink gegroeid. Wat ook bijzonder was, was het gebed wat uitgesproken werd, bij binnenkomst van elk bezoek. Abdels oom was recentelijk overleden en hij had deze familie daarna nog niet gezien en gecondoleerd. Men strekt de armen naar voren met de handpalmen naar boven gericht, alsof je iets ontvangt. Het gebed bestaat uit de eerste soera (vers) van de Koran, die zachtjes wordt gereciteerd, voor de ziel van de overleden. Deze soera heet “el Fátiha”. Ik kende dit gebed niet, maar deed uit respect mee met het tonen van mijn handpalmen. Het gebaar straalde voor mij een sereniteit uit en ik vond het een mooi openingsgebaar om nog zonder woorden, bescheiden kennis te maken.

 

 

 

 

 

Geplaatst in Familie, Sudan | Een reactie plaatsen

Westerse bril

Nadat we op de brons bruine aarde waren geland, liep alles weer voorspoedig. Ik was er klaar voor mijn schoonfamilie weer te ontmoeten en het land met haar cultuur onder de loep te nemen. Abdel kende een mannetje die op het vliegveld werkte, dus werden we al direct persoonlijk verwelkomt. Het was een familielid, ik geloof dat hij een oom was. In de rij voor de paspoort controle was ik opeens een deel van onze handbagage kwijt. Deze bleek door Abdels oom al voorbij de controle te zijn gezet. Eenmaal aan de beurt, zat er een meneer die onze paspoorten bekeek en de unieke nummer/cijfercombinatie hieruit letter voor letter in een computer over typte. Bij elke letter moest hij even zoeken op het toetsenbord. Het leek een eeuwigheid te duren! Ik kon het niet laten om hier vanuit mijn westerse bril naar te kijken, maar wachtte uiteraard geduldig in de rij. Een ander mannetje in uniform liep langs en spoorde onze paspoortman aan, om door te werken. Blijkbaar was hij van een andere rang en was het niet zijn taak om mee te helpen met typen. Dat had de boel wel wat versneld. Eenmaal door de controle en de scan, zag ik voor mij bekende gezichten; mijn schoonmoeder, oma Mirjam, en jongste zwager, Mohammed. Ik liep achteraan met mijn camera en probeerde zoveel mogelijk te filmen en te fotograferen. Helaas werd dit al snel afgekapt, omdat het blijkbaar niet mocht op deze plek. Kort na alle knuffels en begroetingen, was er toch een fotomoment. De man met de stropdas op de foto ken ik niet. Bij navraag hoor ik zojuist dat deze persoon jonge mensen rekruteert op het vliegveld, die in een soort jongerenbeweging (lees rebellenleger) tegen de regering willen optreden. Met name hoogopgeleide jongeren uit het buitenland werden aangesproken. Abdels moeder heeft deze man uiteraard afgewimpeld. Ik had geen flauw idee…, gelukkig.

Er was een busje geregeld, die voorreed en waarin onze 6 koffers werden ingeladen met ons erbij. Ook een recentelijk aangetrouwde zwager, Khalid was erbij. We zaten ruim een uur in het busje en konden onderweg kennis maken met het straatbeeld van Sudan. Rond het vliegveld zagen we een wirwar van verkeer zonder stoplichten. De bebouwing verrast me met een aantal mooie hogere gebouwen. Later vroeg mijn schoonfamilie natuurlijk wat ik van Sudan vond en of ik het mooi vond. Terwijl mijn Pinoccio-neus groeide, beaamde ik dat natuurlijk, maar redde mezelf door te zeggen dat ik vooral de warmte van de familie in Sudan mooi vond. Mijn waarheid is gewoon, dat ik hier veel armoede zie. Volgens Abdel zit men op rijkdom, die niet wordt benut. Of als je het door een andere bril bekijkt, hebben mensen een stuk grond en een huis, waarover geen hypotheek betaald hoeft te worden. Ook hebben ze veelal stromend water en elektriciteit. Hamdullilah, God zij dank. Feit is helaas dat de regering de waterput dichtgemetseld heeft, voor de dorstige bevolking. Dat is geen mooie zaak. Maar dat wil niet zeggen dat ik geen mooie dingen heb gezien. En had ik al gezegd dat ik die brons bruine kleur van het zand, hoe stoffig ook, zo prachtig vind? Hieronder een foto van enkele van de prachtige culturele gebruiken, waarin ik ondergedompeld was. En mijn westerse zonnebril op Sabriens neus ;-).

Onderweg zagen we veel gebouwen in aanbouw, half af of inmiddels weer in verval. Zomaar achtergelaten of gewoon bewoond, op de verdieping die wel ‘af’ is. Dichterbij ‘ons’ huis zagen we meer riksja’s, soort taxi’s,  en karren met ezels over de weg rijden tussen de woestijnvlaktes. Prachtig vond ik dat! Maar de armoede van dit land was tekenend. De lemen hutjes met televisie schotels en de vele initiatieven van kleine ondernemingen, waarbij iedereen een poging doet geld te verdienen. Veel is in verval en chaotisch. Weinig groen en geen afvalbakken, dus overal ligt troep en plastic zakjes. Waar moeten we beginnen om dit op te knappen, aan te pakken en op te ruimen. Ik kijk met een westerse bril en wil niet de positie innemen het beter te weten, maar om te beginnen is het opruimen van afval een goede start voor de verbetering van de hygiëne en het milieu.

Naast deze eerste indruk van het land, maakte ik ook kennis met enkele culturele en religieuze aspecten van Sudan. Tijdens onze reis brachten we diverse bezoeken aan familieleden in en rond Khartoum. We werden rondgereden door een neef, die chauffeur en eigenaar was van een bus. De vader van onze chauffeur kwam tijdens ons verblijf bij ons op bezoek, met zijn tweede veel jongere vrouw en baby. Toen Abdel dit vertelde, terwijl hij hem voorstelde, moest ik even slikken. Het was wellicht een heel vriendelijke man, maar (seriële) monogamie is bij mij zo geïnternaliseerd en een hoog goed, dat ik het niet kon laten met sceptische ogen naar deze jonge vrouw te kijken. En naar hem. Dit is nou eenmaal cultuur en religie; een moslim mag 4 vrouwen trouwen, als hij dat financieel kan veroorloven. Ik ken zijn eerste vrouw en ze is een schat van een mens. En ik weet toevallig ook, dat ze niet blij is met die tweede vrouw. Nu zal ze het officieel wel goedgekeurd hebben, anders was het niet gebeurd. Hij ging in feite ook niet vreemd, want zijn eerste partner en iedereen, was ervan op de hoogte. Tja, ik denk toch dat de man in dit geval een mazzeltje heeft, dat dit in de Islam zo is geregeld en goed gekeurd. Eigenlijk, naar mijn mening, om te voorkomen dat hij buiten de pot piest. De vrouw zal misschien met al haar hormonen niet altijd stabiel zijn, maar is denk ik beter in het beheersen van onze driften. Vandaar natuurlijk ook die hoofddoeken, om tegen de mannen te zeggen: Hé ho, koest jij! Handen thuis! En zoals Abdel uit zou leggen, een teken van respect. Ja, om respectvol met elkaar om te blijven gaan. Blijkbaar zijn de meeste mannen zo goed doordrongen van deze code of afspraak, dat dat meestal werkt. Als daarbij geen korte rokjes worden gedragen natuurlijk, maar dat is een ander verhaal en is in ieder geval ‘not done’ in Sudan, zover ik heb gezien. Terug naar Abdels oom en zijn tweede vrouw. Wellicht is het ook een teken van rijkdom en mogelijk een investering in de toekomst. Dat hij verstand had van geld en ondernemen, bleek wel uit het voorbeeld dat Abdel gaf over het busje waarin zijn zoon, Abdulai, ons overal naar toe reed. Zijn vader had als ondernemingsproject voor zijn zoon een busje gekocht, waarmee hij zijn brood kon verdienen. De bus moest aan zijn vader terugbetaald worden. Dat pleitte van wijsheid en goedheid. Hij liet de kinderen van zijn eerste vrouw dus niet stikken. Daar kunnen heel wat mannen weer een voorbeeld aan nemen, gezien het feit dat men in Sudan geen alimentatie kent. Dit juk van het bieden van financiële steun, rust vaak op de schouders van de kinderen die in het buitenland wonen en werken.

Geplaatst in Kids | Een reactie plaatsen